Bij de productie van kunststofmatrijzen zijn lasnaden zichtbare strepen of lineaire sporen op het oppervlak. Ze ontstaan doordat twee vloeistofstromen niet volledig samensmelten op het grensvlak. Bij het vullen van de matrijs verwijst de lasnaad naar de lijn die ontstaat wanneer de voorste delen van de vloeistoffen elkaar raken. De matrijzenfabrikant gaf aan dat, met name bij spuitgietmatrijzen met een hoogglanzend oppervlak, de lasnaad op het product eruitziet als een kras of een groef, vooral bij donkere of transparante producten.

Hieronder volgt een korte analyse van de factoren die van invloed zijn op de lasnaad van spuitgietproducten:
1. De matrijzenfabrikant analyseert de apparatuur: slechte plastificatie, ongelijkmatige smelttemperatuur, verhoog de hoeveelheid plastificatie en vervang de machine indien nodig door een machine met een grotere plastificatiecapaciteit.
2. De matrijsfabrikant analyseert vanuit het matrijsaspect:
a. Als de matrijstemperatuur te laag is, moet de matrijstemperatuur dienovereenkomstig worden verhoogd of moet de plaatselijke temperatuur van de lasnaad doelbewust worden verhoogd.
b. Het stroomkanaal is klein, te smal of te ondiep, en de put voor het koude materiaal is klein. De diameter van de rotor moet worden vergroot om de efficiëntie ervan te verbeteren en tegelijkertijd het volume van de put voor het koude materiaal te vergroten.
c. Vergroot of verklein de poortdoorsnede en verander de poortpositie. De poortopening moet zodanig zijn dat het smeltmateriaal niet langs de inzetstukken en holtes stroomt. De poort waar de spuitgietmatrijs wordt gevuld, moet worden gecorrigeerd, aangepast of afgedicht met een stop. Probeer zo min mogelijk poorten te gebruiken of juist zoveel mogelijk.
d. Slechte afvoer of geen afvoeropeningen. Afvoerkanalen moeten worden geopend, verbreed of uitgebaggerd, inclusief het gebruik van inzetstukken en vingerhoedopeningen voor de afvoer.
De lasnaad bevindt zich altijd in de richting van de materiaalstroom. Dit komt doordat de lasnaad ontstaat op de plek waar de smeltstroom zich parallel vertakt. Dit is typisch het geval bij een smeltstroom rond de kern of bij gebruik van meerdere poorten. Waar de smeltstromen weer samenkomen, ontstaan lasnaden en stroomlijnen aan het oppervlak.
Geplaatst op: 17 december 2021